Stay on track

Stay on track

Moving you forward

Newsletter

Back to overview

De gerechtelijke reorganisatie: het ultieme redmiddel voor een goede doorstart en ter vermijding van het faillissement

Published on 29/03/2020

De gerechtelijke reorganisatie (GREO) beschermt de onderneming tegen haar schuldeisers. Indien de onderneming geconfronteerd wordt met tijdelijke en ernstige betaalmoeilijkheden, kan de onderneming een opschortingsperiode vragen aan de Ondernemingsrechtbank. Hiertoe dient een verzoekschrift tot het bekomen van een GREO te worden opgesteld, ondersteund door diverse bewijsstukken. Belangrijk is dat van zodra het verzoekschrift is neergelegd op de griffie van de Ondernemingsrechtbank (opgeladen via het platform Regsol), de onderneming meteen reeds bescherming geniet.


Situering

Vóór 1 mei 2018 sprak men van een WCO (Wet Continuïteit Ondernemingen). Sedertdien zijn alle bepalingen omtrent het insolventierecht opgenomen in het Wetboek Economisch recht (WER), meer bepaald in boek XX., waar ook alle bepalingen met betrekking tot het faillissement staan opgenomen. Juridisch kan men dus niet meer spreken van een WCO, maar wel van een GREO. Er moet wel gezegd worden dat de term WCO nog vaak gebruikt wordt uit gewoonte en ook omdat deze naam gewoon beter "klinkt".

In de Verenigde staten spreekt men van een "Chapter 11". Ook hier zullen bedrijfsleiders, indien mogelijk, de voorkeur geven aan een reorganisatie boven een faillissement ("Chapter 7").

Beschermingsperiode

De bedoeling is dat de onderneming opnieuw ademruimte krijgt om een doorstart te kunnen maken.

De onderneming geniet bescherming voor alle schulden die dateren van vóór de indiening van deze aanvraag. Zij zal vanaf het indienen van het verzoekschrift dus niet meer kunnen failliet verklaard worden.

Belangrijk is ook dat de ondernemer "baas" blijft over zijn onderneming, hij verliest het beheer niet over zijn onderneming. (behoudens in uitzonderlijke gevallen, waar een gerechtsmandataris of voorlopig bestuurder kan worden aangesteld).

De Rechtbank moet zich binnen de 15 dagen buigen over deze aanvraag en zal de procedure maar open verklaren wanneer de continuïteit van de onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is en ook indien de reorganisatie van de onderneming mogelijk blijkt. Het advies van de gedelegeerd rechter, die onmiddellijk wordt aangesteld nadat een verzoekschrift is neergelegd, zal hierbij ook een belangrijke rol spelen.

Indien de voorwaarden vervuld zijn, verklaart de rechtbank de procedure van gerechtelijke reorganisatie geopend en bepaalt zij de duur van de opschorting, die niet langer mag zijn dan zes maanden.

Doel: 3 mogelijke opties

Er zijn drie mogelijke doelen, de keuze moet gemaakt worden bij het aanvragen van de bescherming in het verzoekschrift dat daartoe wordt opgemaakt. De opschorting kan gevraagd worden met het oog op een:

  • minnelijk akkoord: hierbij moet overlegt worden met minstens 2 schuldeisers om een akkoord te proberen maken, dat dienvolgens wordt gehomologeerd door de Rechtbank. 
  • collectief akkoord
  • overdracht onder gerechtelijke gezag: hierbij wordt een deel of de gehele onderneming, onder leiding van een door de Ondernemingsrechtbank aangestelde gerechtsmandataris, overgedragen worden. De opbrengst zal onder de schuldeisers worden verdeeld.

Meestal wordt een beroep gedaan op de tweede mogelijkheid, zijnde het collectief akkoord. Het doel is om het akkoord van de schuldeisers te bekomen met dit op te stellen reorganisatieplan. Zeer belangrijk is het bepalend gedeelte dat de maatregelen zal moeten bevatten om de schuldeisers te voldoen, onder meer de betalingstermijn en de eventuele verminderingen op de schuldvorderingen. Dit plan mag dus voorzien in een gespreide afbetaling over maximaal 5 jaar, dit kan ook voorzien in een schuldreductie (bijvoorbeeld: intresten, bijkomende kosten, maar ook een deel van de hoofdsom kan worden kwijtgescholden, ook een combinatie is mogelijk), in differentiatie tussen bepaalde schuldeisers,.... Er bestaan wel uitzonderingen en bijkomende voorwaarden voor bepaalde categorieën schuldeisers (werknemers, buitengewone schuldeisers, overheidsinstellingen,...)

Het reorganisatieplan wordt geacht goedgekeurd te zijn wanneer de meerderheid van de schuldeisers instemt en die tevens de meerderheid der schulden vertegenwoordigt. (dubbele meerderheid, m.a.w. de helft + 1). Er wordt voor deze berekening, wel enkel rekening gehouden met de schuldeisers die deelnemen aan de stemming. Er kan gewerkt worden met volmachten, het zal er dus op aan komen om aan zoveel mogelijk schuldeisers te vragen of die een volmacht willen ondertekenen, zodat men niet voor onaangename verrassingen komt te staan.

Na deze stemmingszitting moet het reorganisatieplan nog gehomologeerd worden door de Rechtbank, die enkel nog kan weigeren ingeval van strijdigheid met de openbare orde of ingeval de pleegvormen niet werden nageleefd.

Finaal, om in mind te houden

De ervaring leert dat een onderneming die in staat is om een goede omzet te blijven generen en dito winst te maken, veel kansen heeft om een faillissement te vermijden en deze procedure met succes te doorzwemmen. Voor een onderneming die minder vooruitzichten ziet, zullen de kansen daarentegen (en logischerwijze) heel wat minder zijn. In feite is het een regel die voor alle ondernemingen geldt, de "business" moet draaien en perspectief hebben.

Met dit in het achterhoofd, moet de onderneming die tijdelijk geconfronteerd wordt met grote betaalproblemen, niet twijfelen om deze optie (met haar accountant) grondig te bestuderen en te evalueren en indien nodig deze stap te zetten. Want te laat betekent vaak... het faillissement, en dit moet indien mogelijk ten allen tijde kunnen vermeden worden!

Een goede aanpak, begeleiding en strikte opvolging is evenwel primordiaal!

Stefaan Desrumaux, advocaat