Stay on track

Stay on track

Moving you forward

News

Back to overview

Bijzonder bevoorrechte schuldeisers zijn buitengewoon in een gerechtelijke reorganisatieprocedure

Published on 19/11/2020

Een schuldeiser met een bijzonder voorrecht in een gerechtelijke reorganisatieprocedure (GREO, vroegere "WCO") moet gekwalificeerd worden als een buitengewone schuldeiser. De Ondernemingsrechtbank te Gent lijkt dat standpunt ingenomen te hebben in een vonnis d.d. 15 september 2020. In Antwerpen en Namen werden reeds gelijkaardige vonnissen geveld. Dit heeft uiteraard zeer belangrijke gevolgen.


Situering - belangrijke gevolgen

Sedert de inwerkingtreding van boek 20 van het nieuwe Wetboek Economisch Recht (WER) op 1 mei 2018, is er twijfel ontstaan omwille van een tekstuele wijziging van de definitie met betrekking tot buitengewone schuldvorderingen in de opschorting. Terwijl de WCO-wet nog sprak over een "schuldvordering gewaarborgd door een bijzonder voorrecht", is die bewoording in het WER aangepast. De huidige definiëring spreekt over een "zakelijke zekerheid", wat doet vermoeden dat enkel een hypotheek of een pand kan zorgen voor een buitengewone positie in de opschorting.

Franstalige rechtsgeleerden meenden dan ook dat bijvoorbeeld de onbetaalde verhuurder (bijzonder bevoorrecht op grond van art. 20,1° Hypotheekwet) van een onroerend goed niet langer een buitengewone schuldeiser in de opschorting kon zijn. Zij werden hierin gevolgd door het Hof van Beroep te Brussel (Franstalige kamer).

Het belang van deze kwalificatie is zeer belangrijk en is vooral te vinden in het feit dat de onderneming in moeilijkheden de buitengewone schuldeisers maximaal 2 jaar (in sommige gevallen 3 jaar) kan laten wachten op hun geld (opschorten), terwijl een reorganisatieprocedure 5 jaar kan duren. Deze schuldeisers worden dus aanzienlijk sneller betaald. Bovendien mag het reorganisatieplan geen andere maatregelen voorzien die hun rechten verder aantast, behoudens individuele toestemming of minnelijk akkoord met deze buitengewone schuldeiser, maw. mag er voor deze categorie niet voorzien worden in een kwijtschelding van intresten, kosten,... en/of enige schuldreductie.

Onbetaalde verhuurder, verkoper, hersteller,... moeten beschouwd worden als buitengewoon

De Ondernemingsrechtbank te Gent heeft in haar vonnis geoordeeld dat de wetgever niet de bedoeling had om bijzonder bevoorrechte schuldvorderingen niet te beschouwen als buitengewone schuldvorderingen in de opschorting. Zij kwam in die zin dan ook tot de conclusie dat de verhuurder van een onroerend goed wél gekwalificeerd moet worden als een buitengewone schuldeiser in de opschorting.

Rechtspraak van begin dit jaar wijst in dezelfde richting. De Ondernemingsrechtbank te Antwerpen (afd. Antwerpen) en Luik (afd. Namen) beslisten eveneens dat zakelijke zekerheden ook de bijzondere voorrechten omvatten.

Deze interpretatie staat gelijk aan de regeling die voorzien was in de oude WCO-wet.

De bijzondere bevoorrechte schuldeisers worden opgesomd in artikel 20 van de Hypotheekwet: de onbetaalde verhuurder, de onbetaalde verkoper, de onbetaalde garagist voor het herstel van een wagen (kosten tot behoud van de zaak), onbetaalde onderaannemer op de schuldvordering die de bouwheer nog verschuldigd is aan de medecontractant.... Voor de toepassingsvoorwaarden van deze voorrecht verwijzen wij graag naar dit artikel in de Hypotheekwet.

Herstructureringsrichtlijn en nieuw Burgerlijk Wetboek

Niet onbelangrijk vermelden is dat op Europees niveau, de Herstructureringsrichtlijn vereist dat schuldeisers in een reorganisatieprocedure niet slechter af zijn dan in een faillissementsprocedure.

Op Belgisch niveau brengt het nieuw Burgerlijk Wetboek zelfs een codificatie van deze rechtspraak met zich mee. Daarin is expliciet opgenomen dat zakelijke zekerheden ook bijzondere voorrechten omvatten.

In de toekomst zal er dus geen betwisting meer zijn over het feit dat schuldeisers met een bijzonder voorrecht sowieso beschouwd moeten worden als een buitengewone schuldeiser in een reorganisatieprocedure.

Besluit

Ondertussen zal de hierboven geciteerde rechtspraak wellicht verder gevolgd worden.

In de meeste reorganisatieplannen (gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord), zal hier dus extra aandacht moeten aan besteed worden en zal elke schuldeisers de juiste kwalificatie moeten krijgen, meer bepaald zal er zeker ook rekening moeten gehouden worden of deze al dan niet "bijzonder voorrecht" zijn.

Zowel de schuldenaar als de schuldeisers zullen hier zeer nauwlettend moeten op toezien, respectievelijk om het slagen van de procedure te bewerkstelligen en om hun rechten maximaal te vrijwaren.

Stefaan Desrumaux, advocaat