Stay on track

Stay on track

MOVING YOU FORWARD

Nieuws

Terug naar overzicht

Wordt de uitvoering van uw overeenkomst ernstig verzwaard door veranderende externe omstandigheden? De wetgever reikt u een oplossing aan!

Gepubliceerd op 23/12/2022

De wereld wordt de laatste jaren getroffen door verscheidene “crisissen”, zoals onder andere de blokkering van het Suezkanaal, het Covid-virus en de Russisch-Oekraïense oorlog die de uitvoering van allerhande overeenkomsten aanzienlijk bemoeilijken en/ of navenante prijsstijgingen met zich meebrengen.

Veranderende omstandigheden, zoals hierboven, leiden vaak tot grote problemen (of aanzienlijke meerkosten) bij het uitvoeren van overeenkomsten die voordien werden aangegaan.

Kun je hier wettelijks iets aan doen?


Situatie voor contracten gesloten vóór 1 januari 2023

De meerderheidsstrekking in België is de mening toegedaan dat op contracten gesloten vóór 1 januari 2023 -  de imprevisieleer (dat is een eventuele wettelijke mogelijkheid om in te grijpen in bestaande overeenkomst wegens veranderende externe factoren met een ernstig karakter)  geen toepassing kan vinden, daar een overeenkomst de partijen strekt tot wet en aldus moeten worden uitgevoerd zoals overeengekomen, onafhankelijk van hoe moeilijk de precieze uitvoering is geworden. 

Men probeerde dit verbod op allerlei creatieve manieren te omzeilen door onder andere te verwijzen naar overmacht, de goede trouw en zelfs naar passende speciale bedingen. 

Geen enkel van de uitgeprobeerde voorstellen blijkt evenwel tot het gewenste resultaat te leiden.

Een contractspartij kon geenszins gedwongen worden om te heronderhandelen bij veranderende omstandigheden, zelfs niet als de uitvoering van de overeenkomst tot “oneerlijke” situaties leidt. 

Uit de feitelijke schets in de eerste paragraaf hierboven blijkt dat er toch wel nood kan zijn, in een mondiale economie, om veranderende omstandigheden in de uitvoering van overeenkomsten te laten ingrijpen, dus dat er nood is aan een zekere imprevisieleer. 

De wetgever heeft, naar aanleiding van een her-codificeren van oud burgerlijk wetboek, een opening gemaakt in die zin en een oplossing aangereikt. Men aanvaardt een beperkte “imprevisie”. 

Voor contracten gesloten na 1 januari 2023 zijn er andere regels 

Naar het voorbeeld van verscheidene buitenlandse rechtstelsels verankert de Belgische wetgever “de imprevisie” in het Belgische Burgerlijk Wetboek. 
Het biedt een partij de mogelijkheid om vanaf 2023 bij de overeenkomsten de contractspartij te verzoeken om opnieuw over de reeds gesloten overeenkomst te onderhandelen met het oog op de aanpassing of beëindiging, maar men kan dit nog altijd conventioneel uitsluiten.

En voor die mogelijkheid zijn wel strenge voorwaarden:

- Het moet gaan om een verandering van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst buitensporig verzwaard, zoals natuurlijke - (aardbeving, tsunami,…), economische -(ineenstorting van een grondstof of valuta,…), juridische - (wetswijzigingen, embargo’s,…), politieke - (oorlog, staatsgreep,…) of gezondheidsomstandigheden (pandemieën,…).
- De uitvoering van de overeenkomst kan niet langer redelijkerwijze worden geëist.
- Voornoemde verandering mag niet voorzienbaar zijn geweest bij het sluiten van de overeenkomst, noch te wijten zijn aan de schuldenaar zelf, of de schuldenaar mag conventioneel niet het risico voor zijn rekening genomen hebben, noch mag de toepassing van het artikel conventioneel of wettelijk zijn uitgesloten.

De wetgever houdt dus wel nogal vast aan het oude (Romeins rechterlijk) principe dat overeenkomsten partijen tot wet strekken, maar maakt een beperkte mogelijkheid tot aanpassingen van overeenkomsten mogelijk in geval van serieuze externe gewijzigde omstandigheden.

Het is evenwel beperkt omdat de Belgische wetgever koos voor “buitensporig bezwarend”, dermate dat “de uitvoering ervan redelijkerwijze niet langer kan worden geëist”

De concrete draagwijdte van die beperking zal door het gebruik en de rechtspraak nader worden omschreven, maar het is wel duidelijk dat het beperkt is en niet zoals in andere landen, waarbij er voor  imprevisie enkel sprake moet zijn van een  “aanzienlijke verzwaring”. 

Benevens die beperkte interpretatie van imprevisie, bepaalt het nieuwe artikel eveneens uitdrukkelijk dat partijen hun verbintenissen uit de overeenkomst moeten blijven nakomen in de loop van de onderhandelingen en dat indien men niet tot een vergelijk komt binnen een redelijke termijn de zaak voor de rechtbank moet aanhangig worden gemaakt, met een verkorte procedure, namelijk zoals in kort geding.

Besluiten

Kortom een opeenvolging van “crisissen”, (blokkering van het Suezkanaal tot oorlog) heeft gemaakt dat de wetgever toch een afdekking van ”imprevisie” in België heeft mogelijk gemaakt.

Het nieuwe artikel 5.74 BW is een welkom (rechts)instrument, waardoor in redelijkheid de aanpassing of beëindiging van een gesloten overeenkomst naar Belgisch recht mogelijk wordt, als de partijen het conventioneel niet uitgesloten hebben.  

Niettegenstaande de introductie van het artikel op gejuich wordt onthaald,  is het precieze impact ervan nog onzeker, want het is vooralsnog sterk afhankelijk van de interpretatie die een rechter aan de bewoordingen geeft.

De precieze draagwijdte van die zogenaamde “grote ommekeer” over het onvoorzienbare bij overeenkomsten,  zal aldus slechts na verloop van tijd duidelijk worden.

In dat kader lijkt het belangrijk om van die nieuwe mogelijkheden gebruik te maken!