Gepubliceerd op 14/07/2026
Sinds de invoering van eigen regionale pachtwetgeving in Vlaanderen en Wallonië, merken we heel wat verschillen op. Voorzichtigheid geboden dus, wij sommen voor u de belangrijkste verschillen op.
A. DE OPEENVOLGING VAN DE PACHTPERIODES VAN 9 JAAR
A.1. Vlaams Gewest
Een klassieke pacht heeft een duur van 9 jaar. Wanneer deze eerste pachtperiode of de eerste gebruiksperiode'verloopt en een geldige opzegging ontbreekt, dan wordt de pacht telkens van rechtswege verlengd voor een nieuwe opeenvolgende periode van 9 jaar.
De pachttijd wordt dus gekenmerkt door enerzijds de minimumduur van 9 jaar en anderzijds de verlengingen van rechtswege.
Er staat in het nieuwe Vlaams Pachtdecreet geen beperking op het aantal verlengingen zoals in het Waals Gewest nu wel het geval is. Het principe van opeenvolgende verlengingen "van rechtswege" blijft onder het nieuwe decreet bestaan. De verlenging geschiedt telkens met een periode van 9 jaar, ook in geval er een langere eerste gebruiksperiode dan 9 jaar werd bedongen.
1.2. Waals Gewest
In het Waals Gewest heeft men een einde gemaakt aan deze onbeperkte verlengingen van rechtswege.
In het Waals Gewest is men tegemoetgekomen aan de verzuchtingen van eigenaars die komaf wilden maken met het principe van opeenvolgende verlengingen, zonder reële opzeggingsmogelijkheden voor niet‑landbouwers.
Voortaan zijn de verlengingen van rechtswege beperkt tot drie. Wanneer de initiële pachtperiode 9 jaar bedraagt, volgen nog drie verlengingen van telkens 9t jaar, zodat de pachtovereenkomst in beginsel eindigt na 36 jaar. Bedraagt de eerste pachtperiode bijvoorbeeld 18 jaar, dan loopt de overeenkomst af na 45 jaar.
Blijft de pachter na het verstrijken van deze termijn in het genot van het goed, dan wordt de pacht stilzwijgend verlengd van jaar tot jaar.
Opgelet: een bevoorrechte pachtoverdracht blijft gedurende deze periode mogelijk. In dat geval vangt in principe een nieuwe duur aan van 9 jaar (met opnieuw 3 mogelijke verlengingen van telkens 9 jaar).
Besluit: de regeling in het Waals Gewest is meer pro-eigenaar dan in het Vlaams Gewest
B. INFORMATIEVERPLICHTINGEN - TRANSPARTANTIE
B.1. Vlaams Gewest
Seizoenspachten en ruilpachten zijn toegelaten en moeten, in tegenstelling tot het Waals Gewest, niet aan de eigenaar worden meegedeeld.
Het Vlaams Pachtdecreet voorziet evenwel in een alternatieve informatiemogelijkheid voor de verpachter om na te gaan wie het pachtgoed exploiteert. Zo heeft de verpachter het recht om van de pachter informatie te bekomen omtrent de persoon die het goed op een bepaald ogenblik exploiteert of heeft geëxploiteerd. Dit verzoek kan betrekking hebben op een periode van maximaal 5 jaar voorafgaand aan de kennisgeving. De pachter dient hierop te antwoorden binnen een termijn van 2 maanden.
Daarnaast bestaat, los van het Vlaams Pachtdecreet, reeds enige tijd de mogelijkheid voor de eigenaar om bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij na te gaan wie zijn percelen aangeeft in de jaarlijkse verzamelaanvraag. Dit kan eenvoudig per e‑mail, mits voorlegging van een bewijs van eigendom.
Beide instrumenten kunnen complementair worden aangewend, zodat kan worden nagegaan of de door de pachter verstrekte informatie overeenstemt met de gegevens waarover het Agentschap beschikt.
B.2. Waals Gewest
Een terugkerende frustratie bij eigenaars is dat zij vaak niet meer weten welke landbouwer hun percelen effectief exploiteert, met name in het geval van seizoenspachten en ruilpachten.
Om hieraan tegemoet te komen, heeft de Waalse decreetgever voorzien in een voorafgaande meldingsplicht voor het sluiten van dergelijke overeenkomsten.
De informatiemogelijkheden die in het Vlaams Gewest bestaan - met name het recht van de verpachter om bij de pachter informatie op te vragen over de exploitatie van het pachtgoed, evenals de mogelijkheid om gegevens te bekomen via de verzamelaanvraag bij de diensten van het Waals Gewest zijn daarentegen niet voorzien in het Waals Gewest.
Besluit: de regeling in het Vlaams Gewest kenmerkt zich door een grotere transparantie en controleerbaarheid, wat in het voordeel is van alle betrokkenen. Mits correcte naleving hoeft de pachter hierbij niets te vrezen.
C. GELDIGVERKLARING VAN DE OPZEGGING DIE GEGEVEN IS DOOR DE VERPACHTER
C.1. VLAAMS GEWEST
Indien de pachter niet binnen 30 dagen na de opzegging zijn instemming verleent, dient de verpachter binnen een termijn van 3 maanden vanaf de opzegging de geldigverklaring ervan te vorderen voor de vrederechter.
Het initiatief ligt volledig bij de verpachter.
C.2. WAALS GEWEST
In het Waals Gewest is een door de verpachter gegeven opzegging geldig, tenzij de pachter deze binnen 3 maanden betwist voor de vrederechter.
Dit systeem is dus net het omgekeerde. Het is niet langer de verpachter die moet reageren, maar de pachter. Bij gebrek aan betwisting binnen de gestelde termijn, wordt de opzegging definitief geldig.
De pachter die de opzegging wil aanvechten, dient daartoe zelf het initiatief te nemen en de zaak aanhangig te maken bij de vrederechter.
Besluit: de regelingen in het Vlaams en Waals Gewest staan op dit punt lijnrecht tegenover elkaar. Dit vereist een verhoogde aandacht, in het bijzonder voor verpachters die actief zijn in beide gewesten.