Stay on track

Stay on track

Moving you forward

Journal

Retour au liste

Devolutieve werking van het administratieve beroep

Publié le 10/11/2023

In deze nieuwsbrief nemen we u mee in een complex juridisch vraagstuk dat recentelijk opnieuw de aandacht heeft getrokken en een diepgaande analyse vereist. Centraal in dit debat staat de devolutieve werking van bestuurlijk beroep en de reikwijdte van de bevoegdheden van de vergunningverlenende overheid in hoger beroep in verband met afwijkingsmogelijkheden in gemeentelijke verordeningen, dus op het niveau van de zogenaamde eerste aanleg.


Devolutieve werking?

Voor een goed begrip: wat betekent de term ‘devolutieve werking’? 

De devolutieve werking betekent dat wanneer iemand in beroep gaat tegen een beslissing (bijvoorbeeld een omgevingsvergunningsaanvraag) die genomen is door een lokaal bestuur (zoals het college van burgemeester en schepenen), het beroepsorgaan de bevoegdheid heeft om de zaak volledig opnieuw te herbekijken en op basis van de eigen overwegingen een eigen beslissing te nemen die ofwel dezelfde kan zijn als deze van het lokaal bestuur, maar die ofwel daar ook van kan afwijken. 

Het geeft een tweede kans aan de vergunningsaanvrager, als aan de personen die beroep wensen in te stellen. Enerzijds aan de vergunningsaanvrager die geconfronteerd wordt met een negatieve beslissing in eerste aanleg om deze beslissing te laten herzien en misschien een positieve vergunning te bekomen, anderzijds aan de beroeper om in geval van een positieve beslissing in eerste aanleg, een gewijzigde beslissing te komen bij het hoger beroep.

Afwijkingsmogelijkheden en bestuurlijk beroep

Afwijkingsmogelijkheden, zoals opgenomen in gemeentelijke verordeningen, spelen een centrale rol in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet. Deze bepalingen stellen het college van burgemeester en schepenen in staat om bepaalde afwijkingen van lokale voorschriften te verlenen. Het bestuurlijk beroep is het mechanisme waarmee de deputatie de bevoegdheid krijgt om de beslissing van het college van burgemeester en schepenen te herzien en, indien nodig, gemotiveerd af te wijken van lokale voorschriften.

Het betwiste aspect van het bestuurlijk beroep

Recente uitspraken hebben belangrijke vragen opgeroepen over de interpretatie van de devolutieve werking van bestuurlijk beroep, en in het bijzonder over de reikwijdte van de bevoegdheden van de deputatie. 

Een essentieel punt in deze discussie is of de deputatie dezelfde bevoegdheid heeft als het college van burgemeester en schepenen om afwijkingsmogelijkheden toe te passen, zelfs als de bewoordingen in gemeentelijke verordeningen deze bevoegdheid exclusief aan het college toekennen.

Intentie van de wetgever en de devolutieve werking

De wetgever heeft in artikel 63 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaald dat de deputatie de vergunningsaanvraag in haar totaliteit onderzoekt. Dit impliceert dat de deputatie niet alleen de formele beslissingsbevoegdheid overneemt, maar ook de materiële beoordelingsbevoegdheid over de aanvraag. Dit principe is consistentie met de lang bestaande rechtspraak over de devolutieve werking van bestuurlijk beroep, waarin de deputatie dezelfde bevoegdheden heeft als het college van burgemeester en schepenen. Concreet betekent dit dus als de gemeentelijke verordening de mogelijkheid voorziet om af te wijken, dat de vergunningverlenende overheid in laatste aanleg hier ook van deze bepalingen gemotiveerd moet kunnen afwijken. Deze bevoegdheid komt dus toe aan beide overheden die ten gronde oordelen over de aanvraag.

Gemeentelijke verordeningen en procedureregels

Het is belangrijk op te merken dat gemeenten niet bevoegd zijn om procedureregels op te nemen in hun stedenbouwkundige voorschriften. Dit betekent dat een gemeentelijke verordening de bevoegdheid van de deputatie niet kan beperken, zelfs als de verordening expliciet aangeeft dat de bevoegdheid voor afwijkingen exclusief aan het college van burgemeester en schepenen is toegewezen. In dergelijke gevallen moet de deputatie de verordening op een wettige manier interpreteren. Als de verordening geen ruimte biedt voor interpretatie, omdat de gemeenteraad duidelijk heeft beoogd om de bevoegdheid exclusief aan het college toe te kennen, kan de deputatie deze bevoegdheidstoekenning als onbestaand beschouwen op basis van de leer van de onbestaande rechtshandeling.

Besluit

Samengevat betekent dit dat de deputatie, op basis van de devolutieve werking van het bestuurlijk beroep, dezelfde bevoegdheden heeft als het college van burgemeester en schepenen om afwijkingen toe te staan, behoudens andersluidende decretale regels. Dit geldt zelfs als gemeentelijke verordeningen de bevoegdheid voor afwijkingen toekennen aan het college van burgemeester en schepenen. Het is van groot belang om deze principes te begrijpen en te handhaven in de context van vergunningsaanvragen waarbij de hogere overheid in eerste aanleg bevoegd is. 

We blijven de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend volgen en zullen u op de hoogte houden van verdere informatie en wijzigingen.